Verkenningen van een existentieel fenomeen
Angst is prominent aanwezig in ons hedendaagse leven, ook in meer extreme zin. Volgens de World Health Organization zijn anxiety disorders momenteel de meest voorkomende psychische stoornissen. Op de website van het Nederlandse Trimbos Instituut kunnen we eveneens zien dat angststoornissen de zogeheten stemmingsstoornissen overvleugeld hebben. De ‘depressie-epidemie’ waar vanaf de jaren negentig veelvuldig over is gesproken, gaat heden ten dage dus gepaard met wat je een ‘angst-hausse’ zou kunnen noemen.
Wat is er aan de hand? Leven we in angstaanjagende tijden, of zijn we op een bepaalde manier overgevoelig geworden? Maar wat is angst eigenlijk, wat behelst dit fenomeen precies? In dit symposium gaan we in op een aantal belangrijke antwoorden op deze kernvraag. We bewegen daarbij van de diepste zones van de menselijke existentie naar de meer vluchtige streken van historische cultuurverandering. Startend bij Søren Kierkegaard, die angst voor het eerst als existentieel kernfenomeen centraal stelde en het daarbij onderscheidde van vrees, richten we ons vervolgens op Martin Heidegger, die op eigen wijze Kierkegaards gedachten opnam en angst verbond met de notie van de ‘grondstemming’. Verdere stappen aangaande angst als grondgegeven worden gezet via psychoanalyse en Zenboeddhisme, om ten slotte uit te komen bij de eerdergenoemde signaleringen van een hedendaagse ‘angst-hausse’ en ‘depressie-epidemie’. De vraag daarbij is dan in welke zin angst en depressie ook inhoudelijk als complementair begrepen kunnen worden.
| 11:00 | Opening |
| 11:15 | Geert Jan Blanken – Kierkegaards begrip van angst |
| 12:30 | Lunchpauze |
| 13:30 | Joris Raven – Heidegger, Zen en de angst van het ego |
| 15:15 | Bert van den Bergh – Angst en depressie: een complementair paar? |
| 16:15 | Centrale discussie |
Geert Jan Blanken
Søren Kierkegaard (1813-1855) komt de eer toe als eerste in de westerse geschiedenis een monografie over angst te hebben geschreven. Dat maakt Het begrip angst (1844) op zich al interessant, maar het boek was zijn tijd ook nog eens ver vooruit. Volgens de twintigste-eeuwse Amerikaanse psychiater Rollo May voorzag Kierkegaard niet alleen veel Freudiaanse inzichten over het onderwerp, maar voorspelde hij ook ontwikkelingen na Freud. Bovendien kon Kierkegaard niet alleen geniaal over angst schrijven omdat hij er van alles over wist, hij schreef op existentieel niveau – hij wist wat angst behelsde.
Deze lezing onderzoekt de zeggingskracht van Het begrip angst voor onze tijd. Om te beginnen door in te gaan op Kierkegaards stelling dat angst wezenlijk “angst voor het niets is”, en vervolgens door de ondertitel van het boek serieus te nemen, die aankondigt dat de angst in verband zal worden gebracht met de erfzonde. Wat zouden we daar tegenwoordig nog mee kunnen?
Geert Jan Blanken is wijsgerig-historisch pedagoog. Hij was werkzaam in het onderwijs en kerkelijk jeugdwerk, was trainer en adviseur en is de laatste jaren actief als eindredacteur en manager bij de publieke omroep. Hij houdt zich al decennia bezig met het denken van Kierkegaard, over wie hij een vijftal boeken publiceerde. Naast het geven van lezingen en het leiden van leeskringen bereidt hij momenteel een proefschrift voor waarin de actualiteit van Kierkegaards denken centraal staat.
Joris Raven
Net als Kierkegaard onderscheidt Heidegger angst van vrees. In Sein und Zeit analyseert Heidegger de angst als een stemming waarin we met het bestaan als zodanig worden geconfronteerd. De angst steekt bij tijd en wijle de kop op, maar veeleer doorstemt en tekent zij op de achtergrond, als een latente stemming, steeds al ons reilen en zeilen. Heidegger zet uiteen hoe wij in wezen steeds bang zijn voor onszelf.
Psychoanalytisch laat de angst zich verder verhelderen als de existentiële uitdrukking van een crisis of noodtoestand die eigen is aan het ego en zijn benarde bewustzijn. Een verkenning van deze crisis kan helpen om de kern van het Zenboeddhisme te verstaan en maakt het mogelijk om het pad van Zen te begrijpen als een antwoord op deze nood. Heideggers analyse kan een inspiratiebron zijn voor wandelingen op dit pad.
Joris Raven promoveerde aan de Erasmus Universiteit op een proefschrift over het menselijk bestaan in een nieuwe technologische tijdruimte. Zijn huidige onderzoek richt zich met name op het denken van Heidegger, fenomenologie en existentiefilosofie, spiritualiteit en alternatieve werkelijkheidservaringen.
Bert van den Bergh
Volgens psychiatriehistoricus Edward Shorter is de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) de voornaamste Amerikaanse bijdrage aan de wereldpsychiatrie, ten goede of ten kwade. Het goede voor hem, als biopsychiatrisch geïnclineerd theoreticus, is dat vanaf 1980 via de derde editie van de DSM een noodzakelijke verwetenschappelijking van de psychiatrie zou hebben plaatsgevonden, de zogeheten ‘neo-kraepeliaanse revolutie’, dat wil zeggen een wending van psychodynamica (Freud) naar biopsychiatrie (Kraepelin). Shorter zag evenwel ook keerzijden van deze glorieuze revolutie. Eén daarvan was het doorsnijden van de band tussen ‘depressie’ en ‘angst’. Over de beslissing destijds van de disease-designers die de DSM-III voorbereidden om een angst-team los te maken van het depressie-team, schreef hij: “Ze wisten niet wat ze deden.”
Los van de biopsychiatrische insteek van Shorter – waar veel tegen in te brengen valt, en wat de spreker in zijn proefschrift ook heeft gedaan – is de vraag naar het mogelijke verband tussen depressie en angst zeer relevant. Vallen beide fenomenen vanuit een andere, fenomenologische insteek zinnig samen te denken? En welk fundamentele probleem zou ten grondslag kunnen liggen aan ons heden, waarin angst en depressie zo wijdverbreid zijn?
Bert van den Bergh is filosoof en psycholoog. In 2018 promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit op het proefschrift De gestolen stoornis – Een cultuurfilosofische duiding van de ‘depressie-epidemie’. Filosofische uitvloeisels van dat project vormen sindsdien de focus van zijn onderzoek. Daarnaast is hij medebeheerder van het internationale netwerk Social Pathologies of Contemporary Civilization en coördinator van de studiegroep Fenomenologie & Psyche.